• Frank Furedi
  • Frank Furedi
  • Sociologist, commentator and author
Article

Een dieet van paniekverhalen: Hoe onze kinderen eco-verklikkers worden

Het is een oude en jammerlijke gewoonte om kinderen te socialiseren door hen bang te maken. Het doel van die socialisatie-door-angst is tweeledig. Ten eerste: ervoor zorgen dat kinderen zich conformeren aan de waarden van de angstzaaiers. Ten tweede: de kinderen gebruiken om het gedrag van hun ouders te beïnvloeden of althans in te perken.

Toen ik in Hongarije op school zat werden we om de haverklap gewaarschuwd voor de vele bedreigingen waaraan ons glorieuze regime blootstond. Ik herinner me ook dat we werden aangemoedigd onze dwalende ouders te onderhouden over de mooie waarden die onze dappere, wijze leiders uitdroegen. De Grote Broers van de jaren veertig beschouwden kinderen als hulpmiddelen voor morele chantage en sociale controle. Nu, in de 21ste eeuw, denken angstzaaiers op dezelfde manier over kinderen en misbruiken ze hun natuurlijke belangstelling voor de wonderen des levens om een boodschap van schril klimaatalarmisme uit te dragen.

Als je wilt weten hoe dat werkt, bekijk dan de officiële openingsvideo van de Kopenhaagse top over klimaatverandering. Het vierminutenfilmpje getiteld ‘Help alstublieft de wereld’ opent met vrolijk lachende en schommelende kinderen. Een plotselinge regenbui dwingt hen om te schuilen. De boodschap is helder: het klimaat bedreigt onze levenswijze. Dan wordt er gesneden naar een jong meisje dat met angst om het hart ziet hoe de ene tv-omroeper na de andere melding maakt van aanstaande milieurampen. Daarna zien we hoe het meisje ingestopt in bed zoetjes ligt te slapen met haar teddybeer in de armen. Het volgende moment stappen we in haar nachtmerrie. Ze staat in een akelig verschroeid landschap, ze kijkt bang en wanhopig; de verdorde aarde scheurt opeens open, in doodsnood zoekt ze beschutting bij een verre, eenzame boom. Ze laat haar speelgoedbeer vallen in een pas ontstane kloof en klampt zich gillend en schreeuwend vast aan de boom. De video eindigt met groepen kinderen die ons toeroepen: ‘Help alstublieft de wereld.’ De conclusie trekt zichzelf.

Hoewel deze video een product is van de bijeenkomst in Kopenhagen, is hij typerend voor het soort propaganda dat vandaag bij voortduring op kinderen wordt losgelaten. In een wereld waarin morele opvoeding uitgeput lijkt, waarin onderwijzers aarzelen om onderscheid tussen goed en kwaad te zien en dat uit te leggen, is milieuactivisme een van de weinige waarden waarbij opvoeders zich op hun gemak voelen. Om die reden is het lesprogramma in Groot-Brittannië en in sommige andere landen nu doordrenkt van het milieuactivisme en zijn waarden.

In de Middeleeuwen stond religie bij het onderwijs in praktisch elk vak centraal. Leerlingen kregen precies te horen hoe de kerk dacht over zelfs de kleinste details van elk onderwerp dat aan de orde kwam. Tegenwoordig zijn milieuaspecten zo diep in het curriculum doorgedrongen dat ze vakken als aardrijkskunde, natuurwetenschap en gezondheid en sociale opvoeding geheel overheersen en ook al in geschiedenis en literatuur binnendringen. Het groeiende aandeel van het milieu in het lesprogramma is rechtevenredig aan de morele ongeletterdheid en het betekenisverlies in onze samenleving. Vandaag de dag lijkt zelfs de studie van de godsdienst een onderafdeling van het dogma van milieualarmisme.

Door hun waarden aan kinderen over te dragen hopen de angstzaaiers de kinderlijke verontwaardiging te richten tegen de oudere generaties die ogenschijnlijk de planeet verwoesten. In de Kopenhagen-video horen we een kind over haar ‘woede’ praten. Wanneer ze zegt: ‘Ik ben nog maar een kind’, is de implicatie duidelijk: volwassenen hebben kinderen in de steek gelaten. Anderen gaan nog verder en beschuldigen oudere generaties ervan het milieu zozeer te hebben aangetast dat het overleven van toekomstige generaties gevaar loopt. De boodschap is dat volwassenen hebzuchtig of dom zijn, of allebei. Die negatieve kijk op het gedrag van volwassenen is omgeslagen in openlijke vijandigheid jegens de morele status van de oudere generaties en hun zogenaamde ‘wijsheid’. ‘De volwassenen hebben onze wereld verwoest’, zegt de kop van een onlinetijdschrift gericht op kinderen. Het waarschuwt dat ‘volwassenen de wereld waarin we leven kapot maken’ en stelt de vraag: ‘Wat gaat klimaatverandering voor ons als komende generatie betekenen?’

Een soortgelijke boodschap wordt overgebracht door een toonaangevende Britse groene kruisvaarder, die onlangs kinderen vertelde dat ‘jullie ouders en grootouders een rotzooitje hebben gemaakt van de zorg voor de aarde’ en eraan toevoegde: ‘Ze zullen het ontkennen, maar ze zijn jullie toekomst aan het stelen.’ In plaats van als rolmodel te worden voorgesteld worden ouders vaak berispt omdat ze een verkeerd voorbeeld voor kinderen zijn. Is het nog een verrassing dat een schoolhoofd dat onderzoek moest doen naar gedrag op Engelse scholen anno 2008 de beschuldigende vinger richtte naar volwassenen die ‘jonge mensen het slechte voorbeeld hadden gegeven’? Hij constateerde dat we ‘in een cultuur van hebzucht leven’ waarin we ‘ruw met elkaar omgaan’ en dat ‘kinderen dat nadoen’. En als volwassenen inderdaad zo’n beroerd voorbeeld geven, hoe kunnen we hun dan de taak toevertrouwen om hun kinderen voor te bereiden op de wereld waarin ze leven?

Een rechtstreeks gevolg van de devaluatie van het gezag van volwassenen is de heiligverklaring van de kinderstatus. Steeds vaker krijgen kinderen de rol van opvoeders toegewezen, worden ze belast met het voorlichten van die misleide, hebzuchtige, stompzinnige ouderen. Dit heeft geresulteerd in een proces van omgekeerde socialisatie. Het plan om ‘treitermacht’ in te zetten teneinde volwassenen te socialiseren wordt het hardnekkigst toegepast in de sfeer van het milieuactivisme. Heel wat milieuvoorlichters pleiten voor treitermacht als effectieve manier om het gedrag van volwassenen naar hun hand te zetten.

David Uzzell, hoogleraar milieupsychologie aan de universiteit van Surrey, herinnert zich hoe hij enige jaren geleden een onderwijsconferentie bijwoonde waar ‘iedereen volkomen overtuigd was’ dat treitermacht ‘het antwoord’ was op het probleem van klimaatverandering. Uzzells eigen onderzoek is gericht op wat hij noemt ‘intergenerationeel leren door middel van de overdracht van persoonlijke ervaring in het bijzonder van het kind op de ouder/andere volwassene/thuissituatie’. Deze achteloze verwijzing naar de ervaringsoverdracht van kind op ouder illustreert de normalisatie van omgekeerde socialisatie. In de Verenigde Staten heeft het milieuonderwijs op scholen al langer dan een decennium aan kinderen het gezag verleend over bepaalde volwassenen. The New York Times bericht dat ‘eco-kids’ die voor groene waarden staan ‘hun ouders thuis ter verantwoording roepen’ en stelt vast dat ouders zich geïntimideerd voelen door het ‘toeziend oog van de miniatuur-ecopolitie’. In de hele VS hebben schooldistricten getracht het idealisme van eco-kids te gebruiken door milieuwaarden te betrekken in bijna alle schoolvakken.

Politici en regeringen hebben het milieuonderwijs omhelsd als een potentieel effectief instrument om het gedrag van het publiek te beïnvloeden en te sturen. Een Brits parlementslid voor Labour, Malcolm Wicks, meent dat milieuwaarden ‘uitstekende aanvullende onderwijsmiddelen zijn in lessen natuurwetenschap, maatschappijleer en aardrijkskunde’ en dat door het opnemen van die kennis ‘kinderen hun ouders zullen willen gaan opvoeden’. ‘Langs die weg’, zegt hij, ‘kunnen we gedrag gaan veranderen.’ Eenzelfde ambitie werd uitgesproken door minister David Miliband, die stelde dat ‘kinderen de sleutel zijn tot het veranderen van het langetermijngedrag van de samenleving met betrekking tot het milieu’. Miliband zegt dat kinderen ‘niet alleen gemotiveerd zijn om de planeet te redden’ maar ‘ook grote invloed hebben op de levensstijl en het gedrag van hun gezinnen’. De voormalige staatssecretaris van Onderwijs Alan Johnson schreef dat ‘kinderen een dubbelrol hebben van consumenten en beïnvloeders’ zodat ‘hen voorlichten over de gevolgen van de aanschaf van een extra paar gymschoenen uit mode-overwegingen even belangrijk is als de druk die ze op hun ouders uitoefenen om geen benzineslurpende auto te nemen’.

Een recent rapport, The Role of Education and Schools in Shaping Energy-Related Consumer Behaviour, gaf een raamwerk aan voor het bevorderen van onderwijsinitiatieven die ouderlijk gedrag beïnvloeden. Andrew Sutter, die aan zo’n initiatief - het vijfduizend scholen omvattende Eco-Schools-plan - leiding geeft, denkt dat het kinderen de kans geeft ‘om de onderwijzers te worden en voor de verandering hun ouders te vertellen wat ze moeten doen’. Dit punt wordt onderstreept in een Brits regeringsrapport inzake energie dat stelt dat de ‘invoering van duurzame technologieën in scholen de les tot leven kan wekken op een manier zoals schoolboeken niet kunnen’. Bovendien, zo meldt het rapport, ‘zijn scholen vaak het brandpunt van plaatselijke gemeenschappen, zodat de introductie van duurzaamheid de attitudes in de bredere gemeenschap kan helpen veranderen’.

Niet zelden neemt de mobilisatie van treitermacht om volwassen gedrag te beïnvloeden het karakter van een fanatieke kruistocht aan. Het boek How to Turn Your Parents Green van James Russell zet kinderen aan tot het ‘lastigvallen, treiteren, dwarszitten, kwellen en straffen van mensen die ongegeneerd onze wereld vernielen’. Russell roept kinderen op om ‘hun treitermacht te kanaliseren en boetes uit te schrijven aan hun ouders en andere overtreders’.

In vroeger tijden mobiliseerden alleen totalitaire samenlevingen kinderen om het gedrag van hun ouders te bewaken. Het waren de orwelliaanse Grote Broer-staten die de simplistische kijk op goed en kwaad van kinderen inzetten om de zienswijze van volwassenen om te vormen. Maar wie heeft Big Brother nodig als de voormalige premier Tony Blair openlijk verklaart dat ‘als het gaat om klimaatverandering ouders naar hun kinderen moeten luisteren’. Het lijkt erop dat zinspelen op kinderlijke angsten en misbruiken van hun onvrede tegenwoordig wordt gezien als een vorm van verlicht onderwijs. Maar de toekomst van onze kinderen vereist dat we hun existentiële en morele zekerheid verschaffen. In plaats van hen op een dieet van paniekverhalen te zetten, moeten we hun het vertrouwen geven dat we aan een betere wereld kunnen werken.

Contact me

If you want to get in touch or keep updated with my activities, either email me, connect with me on LinkedIn or follow me on Twitter.